
Ik zie bedden die wachten op slapers
Ik zie stoelen die verlangen naar disgenoten
Ik zie handen die op zoek zijn naar iemand
Om te strelen, om vast te houden, om aan te raken
Niets van dat alles is waarschijnlijk
Ik heb ogen die kijken naar foto’s
Ik heb herinneringen aan het gezellige samenzijn
Ik weet nog hoe het was, het vrolijke geroezemoes
Het gebrek aan stilte, hoe we schuddebuikend lachten
Hoe vanzelfsprekend we het vonden
Mijn hart spreekt harde woorden
Duelleert met mijn verstand dat niet begrijpt
Dat het redetwisten over vrijheid en eenzaamheid
Niet zal leiden tot een oplossing die ik kan aanvaarden
Hoe tegenstrijdig klinkt het verdict
Ik zie hoe een kind een regenboog tekent
Die ontsnapt aan een raam met tralies ervoor
Ik kijk naar buiten terwijl tranen over mijn wangen rollen
Hoe vind ik de onschuld terug van dromen en hoop?
(22-Jan—2021)
Een reactie achterlaten