Het licht is niet in te tomen.
Abrupt onderbreekt de morgen onze dromen.
Soms met gekraai, soms in alle stilte.
Een eerste straal priemt door de benevelde kilte.
.
Glijdt zacht als een satijnen laken;
De dageraad over de nog slapende daken.
Wordt de belofte van een nieuw begin onthult;
En beloont de vroege vogels hun geduld.
.
De schaduwen smelten laagje per laagje.
Met de zon die rijst, nieuwsgierig aagje.
Peutert in hoeken en kanten de donkerte los.
Verschijnt op de bomenkruinen de ochtendblos.
.
Langs de bergwand vlucht de nacht het dal in.
Het bloed pompt, mijn huid krimpt, ik heb zin.
Wil nog even genieten van mijn warme nest.
Dit is mijn moment van de dag, mijn opperbest.
.
Mijn hele lijf komt nu tot leven.
Stijf gerekt met trage halen en bewegen.
Ik kruip uit bed, dankbaar voor het ochtendgloren.
Ik herrijs uit mijn as, ben als herboren.
(15-Aug-2019)
Een reactie achterlaten