Ben ik? Ik denk van wel.

Het ontbijt verdwijnt in het niets bij wat ik bij ‘In de velden’ voorgeschoteld kreeg, een Bed en Breakfast uitgebaat door een hele lieve mevrouw, moeder van 4 kinderen, die op een plateau het ontbijt serveerde, en bij elke lading zei “er komt nog hoor” tot 3 keer toe. Je besefte al gauw dat je dit niet op je eentje zou kunnen verteren en daar kwam een roerei bovenop. Ze praatte graag en dat vond ik geweldig, ze luisterde ook naar mijn verhaaltje, over mijn operatie en hoe ik met Parkinson probeerde te leven.
Twee pistoleetjes met choco, vers uit de oven, en een kop thee (muntthee uit een zakje) is het hier thuis. Contrasten moeten bestaan om het speciale en boeiende te onderscheiden van het voorspelbare doordeweekse; anders kan je je afvragen waarom je leeft. “Donc” zei Jean-Paul. Daarom. Het was geen vraag, maar een vaststelling “j’y suis parce que j’y pense”
“Ik ben er omdat ik erover nadenk”
Maar waar is ‘er’?
J’existe parce que je pense…
Ik besta omdat ik denk.
Nooit het boek gelezen en toch heeft hij nog andere prachtige one liners op papier gezet:
“wanneer je eenzaam bent wanneer je alleen bent, dan ben je in slecht gezelschap” deze sprong me in het oog omdat ik net in zo’n existentieel dipje zit; en wanneer ik het begrip opzoek dan komt mijn bing zoekmachine op de proppen met
Daar kan ik me helemaal in terugvinden.
Van het uitgebreide ontbijt tot de definitie van existentialisme is een hele sprong. En waar wil ik u mee naartoe nemen met deze filosofische ramp?
De aanleiding van mijn verblijf is een begrafenis en deze keer gaat het over nonkel Gerard. De man van Tante Alice. Het kindvriendelijkste koppel dat je jezelf kan bedenken dat “um gottes willen” niet gegund werd zelf een kroost op deze aardbol te zetten. Maar toch waren ze bompa en bomma; vader en moeder; man en vrouw die menig neef en nicht verwende, die Jo met zijn down to earth eerlijkheid en An (een n of twee n-nen – ik weet het niet) en haar man met hun drie kinderen en zelfs een kleinkind, die de dochter werd van een kinderoloos ouderpaar. Die me met open armen kwam verwelkomen – met een intense knuffel.
Tante Alice die in een serviceflat voor de eerste keer niet met haar man in de buurt zal moeten wennen aan de stilte, ik voel met haar mee. Ze zei het zelf “het zal stil zijn” en er zijn veel soorten stiltes maar de stem van de eenzaamheid kan fluisteren tot bulderen, ik gaf ze ook een stevige omhelzing bij het binnentreden in het rouwcentrum. Ik voelde haar breken en ze gaf me een trillende snik op mijn schouder.
Dat is ook “houden van” dacht ik, ik ben de laatste jaren niet veel tot bij mijn tantetjes geraakt – maar nu Parkinson een beetje terrein heeft prijsgegeven durfde ik deze verplaatsing van om en bij de 75 minuten te maken. Ik nam de iets langere (afstand) maar tegelijkertijd kortere (in tijd) weg richting Eindhoven. Het was easy going. En de Nederlanders weten wat een bestuurder wil – een mooi glad asfalt dat bijna geruisloos onder de wielen van de auto schuift. Kunnen alleen Nederlanders dat?
Nu ben ik bijna bij de verklaring over hoe ik in deze B&B terechtkwam.

De aankondiging van het overlijden had ik niet gezien – er waren geen rouwbrieven verstuurd – en alleen Het Belang had een berichtje van een 10 op 15 cm waarin zijn overgang van het tijdelijke naar het eeuwige werd aangekondigd – maar meestal zijn het alleen Limburgers die tot het selecte groepje van lezers horen.
Gelukkig had Raf, mijn jongste, knapste en liefste neefje (de George Clooney onder de neven met heel veel vrouwelijke aantrekkingskracht), er mij van op de hoogte gebracht en dat werd het begin van een plan om nog eens een rondje Limburg in te lassen in mijn bestaan. Daardoor kon ik de draad weer oppikken die ik had doorgeknipt een paar jaar geleden. Nu ik nog even kon genieten van mijn zelfstandigheid.
Je kan maar beter je buikgevoel volgen, zo is dat weer gebleken en ik zond een berichtje naar de oudste dochter van mijn nichtje Marianne, Lotte, of ze me een adres kon bezorgen van een hotelletje of een b&b waar ik één of twee keer kon overnachten. Ze gaf me de contactpersoon Annelies die een jaartje haar collega was geweest op school.
Achteraf ben ik tijdens een gesprek met Annelies er achter gekomen dat ze 20 jaar in het onderwijs had gestaan. En dat laatste jaar was een ontgoocheling geweest want ze kwam als lesgever buitengewoon onderwijs; met kleine klassen en veel persoonsgebonden problematisch gedrag van leerlingen die gewoon begaafd zijn maar die lijden aan ADHD of autismespectrumstoornis; niet aan haar trekken in de grote school; zelf noemde ze het een ontgoocheling dat ze niet bleek in staat te zijn om de voornamen van al haar leerlingen – meer dan 200 – als ik het goed onthouden heb – te kennen tegen het einde van het jaar; toen is ze de b&b begonnen.
Ze is één en al betrokkenheid en wil alle mensen plezieren en dat kan je parten spelen in een wereld van zaken en concurrentiestrijd. Ik mag open dat ze vaak gasten mag verwelkomen en boek niet via booking.com want die gaan met 15 tot 25 procent van de opbrengst lopen. Wat zonde is want de prijs is al vrij goedkoop – iets in de orde van 95 EURO voor 1 persoon en 125 voor 2.
Het meest emotionele moment was toen ik donderdagochtend mijn stoute schoenen aantrok en ik besloot om met blote voeten in het gras te stappen, nat van de dauw, en dat ik de tranen op mijn wangen voelde bij het contact van het groene tapijt, terugdenkend aan de emoties van de dag voordien. Ik ging terug naar binnen om te douchen en me te scheren. Ik had geen grote dingen of verre reizen nodig om mezelf één te voelen met de stilte. Op ongeveer een uur rijden van thuis was er een plek die me deed rillen van genot. Want zelfs tranen van diepe emoties vind je terug in de kleine dingen van het bestaan.
Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvels. Mijn vlakke land, mijn Vlaanderenland.
“Dirk De Wachter” had nog niet zolang geleden een boek geschreven over “vertroosting” en “het kleine goede” – ik had het een paar weken geleden op 4 Juli uitgelezen en bezorgd aan mijn Neuroloog. En ik weet dat er geen toevalligheden zijn in deze chaos die we “het leven” noemen, maar Lotte vertelde me “out of the blue” dat ze zichzelf dat boek had cadeau gedaan. Ik vond dat frappant. Ze heeft mijn ziel geraakt op de juiste plaats en ik mag hopen dat ze gelukkig is met haar zielsgenoot.
“Je pense a elle, parce que j’ existe”
Dus ze heeft een hand in de totstandkoming van mijn verblijf.
Maar mijn ziel was volledig toegewijd aan mijn familie. En vooraleer ik ging inchecken zou ik een bezoekje kunnen brengen aan tante Rina, de moeder van Marianne en de grootmoeder van Lotte, die de oogappel was van Nonke Pol die verleden jaar was vertrokken op reis naar het hemelse paradijs om zich daar te vervoegen bij Nonke Frans die ondertussen ook al 20 jaar was “heengegaan”. Waarom ik dat vertel? Omdat ik eenmaal bij Tante Rina binnegevallen te horen kreeg dat Tante Leona ook op weg was naar Loozen. En bij Tante Rina zou blijven slapen.
Als je de weg niet weet; “wanneer je van Bocholt komt is het de eerste straat rechts, dan de eerste straat links en dan nog eens links – op het einde van de straat het driehoekige pleintje linksom tot bij het tweede huis met de garagepoort aan de linkerzijde en aan de rechterzijde een oprit met een tuinhuisje.” Zo beschreef Raf het die ik aan de lijn had terwijl ik zo goed als de oprit blokkeerde waarvan sprake. Ik had het herkent want ik had half Loozen doorkruist op zoek naar het driehoekige pleintje dat ik in mijn herinneringen had opgeslagen. Dus waarom Raf me net op dat moment belde is ook geen statistisch verklaarbaar toeval te noemen.
Ik ben benieuwd wat u vindt van deze toevalstreffer.
Ik was verheugd over het gezelschap van mijn tantetjes. Zo blij dat ik hen uitnodigde op een etentje ’s avonds na de laatste groet aan Nonkel Gerard (spreek uit als “zjeraar”)
Zo leerde ik snel nog een handvol mensen kennen die mij al kenden maar ik hen nog niet. Lotte kwam ook even binnenwaaien maar kon niet lang blijven omdat ze een reis aan het voorbereiden waren. Het werd snel later en ik belde nog even met ‘bon appetit’ een Italiaans restaurantje met een Franse naam; wat me even deed twijfelen over de opzet; maar die onndige achterdocht werd helemaal de grond in geboord door de overheerlijke Osso Bucco die ik geserveerd kreeg, Het moet bijna 25 jaar geleden zijn dat ik zo’n smakelijke Osso Bucco had gegeten bij ‘Toni’ van het restaurant waar mijn vader altijd uit eten ging bij speciale gelegenheden.
De avond werd gevuld met verhalen, vooral van de kant van Tante Leona die door haar connecties met de havenbedrijven op de hoogte was van Fernand Huts en de herinrichting van het Klooster in Mechelen waar een deel van de privécollectie aan kunstwerken tentoongesteld zou worden. Teveel anekdotes.
Om een kort verhaal nog wat voluptueuzer te maken, op naar de essentie.
De begrafenis was op Woensdag, en ik kleedde me op om verzorgd en fris naar het rouwcentrum te rijden; ik was alleen en had tijd genoeg. Er waren wel wat familieleden maar niet zoveel als ik had gehoopt; Raf, Sven en zijn vrouwtje An, Kirsten mijn liefste nichtje (had het niet erg gevonden om een komma te plaatsen na liefste) en haar mama Tante Marleen, tesamen met Tante Caroline en tante Margriet (die zich nooit liet zien op wat voor evenement ook) de drie overgebleven kinderen uit het negenkoppige nageslacht van Willemke Brands) waartoe ook hadden behoord mijn mama Lucienne, Tante Marie-Jeanne, Tante Maria, Nonkel Frans, Nonkel Pol, en Nonkel Gerard. En terwijl de spoeling hier op aarde een beetje dun werd, werd hierboven ergens het engelenkoor luidruchtiger en gezelliger. Zouden ze ook Carnaval houden in de hemel?
Het verhaal over Gerard Brands werd meesterlijk verteld door ceremoniemeester Bart die een heel persoonlijk verhaal kwam vertellen dat geen moment verveelde en alleszins voor mij, verrassende wendingen bevatte. Van zijn studies aan de smidseschool in Brussel tot de eigenhandig geschreven “handleiding van de goede smid”; die hijzelf was; met anatomische details getekend in kleurpotlood van de hoef van het paard.
Hoe hij klingklangklong de hoefijzers tot witheet verhitte in de haard aangeblazen door een blaasbalg te lijf ging met de zware hamer dat een vreemdsoortige muziek gaf met het ritme van DING erop en dan een keer of twee ernaast ding ding om het ijzer om te draaien tot het als gegoten paste op de hoef. Met vierkante nagels de paardenschoen bevestigde aan de hoef. Het staat me nog voor de geest alsof het gisteren was. Ik mocht zelfs op het paard gaan zitten terwijl het in de spanning stond, met de hoef die werd beslagen vastgemaakt met een stevig touw aan het frame zodat het naar boven wees.
Dat laatste zijn mijn herinneringen aan de ’smeed’ die in zijn ’smis’ gelegen achter het café waar tante Leonie de wachtende boer de versnaperingen opdiende. Ik denk dat het Leonie was, maar wie me wil verbeteren of aanvullen, stuur me maar een email dan corrigeer ik het wel.
Hoe een mens zich kan vergissen, blijk ik dat ik deze man helemaal niet naar waarde wist te schatten.
Dat ging nog heel lang door. Ik kreeg tranen in mijn ogen door de gevoelige verteltrend van Bart. Heel natuurlijk hoe hij stond te vertellen. Een man met een groot hart – zoveel is zeker.
Na de dienst schoven we aan aan de koffietafel en ik genoot, vreemd genoeg, van het gezelschap of is het niet vreemd dat je een begrafenis ervaart als iets dat je een intens en warm gevoel geeft?
Toen het een uur of half drie werd, gingen de meeste mensen terug van waar ze kwamen. Ik voelde me tamelijk goed (fysisch bedoel ik dan). En bereidde me voor op een uitje in de natuur. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe mooi dat het hier is in de grensstreek – wijdse velden en bossen, heel veel watermolens ook https://molenechos.org wanneer u ook onder de indruk bent van molens.
Ik zet eerst koers nar de Clootsmolen waar een hoogzwangere nog drie weken moet wachten o op een derde telg me vertelt dat deze molen nog volledig dient gerestaureerd en dat ze wachten op op subsidies of ander geld om aan de slag te gaan Zij raadt mij aan om de Luysenmolen te bezoeken: wat ik graag doe.
Volgens deze hoogzwangere verschijning is er een bakker die nog altijd gebruik maakt om lokaal graan te malen. Dat is pas ecologisch vooruitziende praktijk.
Woensdagavond kruip ik emotioneel uitgeput in bed. En donderdag dient zich aan met een paar druppels regen en Annelies komt af met de rekening.
Ik bedank haar voor de goede zorgen. Nu ben ik moe van het schrijven en laat ik u in het ongewisse over mijn intenties.
Ik vind deze streek adembenemend. Verder op kaar zie ik een vogelkijkhut ‘de ijsvgel’ en vind er een ijsvogel die me doet verlangen naar meer. Maar wel aan de eerste vogelkijkhut die ik tegenkom: en alleen wanneer ik ruim 2500 stappen heb gezet om op te merken dat ik beter mijn tijd en energie niet had verspild. Geniet mee van de prachtige natuur.

Het ontroerendste moment komt als Roland, een neef van me, met Tante Caroline in een rolstoel komt binnengewandeld. Wanneer ze me ziet zie ik haar ogen blinken. De dementie die ik in de mens zie is al heel erg voortgeschreden – wanneer ik zeg “Ik ben het, Stefan” alsof er een lichtje aanknipt in de donkere spelonken van herinneringen waar nauwelijks nog wat herkenbare fragmenten uit kunnen ontsnappen – zegt ze “Och ja, …. Stefan” en de glimlach op haar gezicht is mooi maar onzeker.
Wanneer ze een vijftal minuten later opnieuw in mijn nabijheid opduikt, dan zegt ze “U herken ik precies” en ze vult Fan aan wanneer ik “Ik ben Ste” herhaal. Deze lieve tante herinnert zich geen namen meer – maar ze is heel rustig en wordt niet boos ook al kent ze hier niemand. Ergens hoop ik nog een glinstering van herkenning te ontdekken maar het blijft bij een handdruk en een kus. De spraakwaterval van weleer is opgedroogd tot een armetierig plasje waar geen stroming meer aanwezig is.
Dag tantetjes van me. Vrouwen zijn duidelijk veel sterker dan mannen.
Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.