Ze zei dat ik sterk was
En ik dacht bij mezelf, sterk zijn is gemakkelijk
Het is niet fysisch
En ik weet niet of het waar is
Maar ik wilde niet sterk zijn zoals de mensen van mij denken
Dat ik alles kan
Dat ik niks niet kan
Maar dat lijkt alleen maar zo
Ze zei dat ik mezelf was
“Ah ja” dat klopt
Ik ben sinds mijn geboorte wie ik ben
Ik ben het altijd geweest en ik zal ook zo eindigen
Dat ik nooit iemand anders geweest ben
Dan mezelf
Ik heb geprobeerd de beste man te zijn
Het moet aan mezelf liggen dat dat niet gelukt is – ik moet sorry zeggen tegen al die lieve vrouwen die om me bekommerd zijn geweest – maar ik was soms een egoïst – en ik dacht dat jullie me zouden vergeven – maar dat gebeurde niet en ik zit dus ook nog een schuldgevoel
Ik heb geprobeerd de beste papa te zijn
Het moet aan mezelf liggen dat dat ook niet lukte- ik moet zeggen tegen mijn kinderen – ik heb jullie liefgehad en toch ben ik tekort geschoten – maar ik dacht soms teveel aan mezelf – en jullie zullen me het vergeven – daar ben ik zeker van – maar een goed voorbeeld heb ik niet gehad
Een goede vriend zou ik ook willen zijn
Van iedereen, en dat zijn er teveel om op te noemen, … maar ik overstelp iedereen met knuffels -ook al hebben jullie het niet zo voor dat fysieke aspect – ik ben wat ik ben en ik. Ben verre van ideaal – spendeer teveel tijd aan foto’s en filmpjes en ik zie jullie soms denken – doe eens normaal. Ik weet niet wat normaal is. De norm is de middelmaat, en ik denk altijd ‘middel’ en ‘maat’.
Ik wil zoveel en ik gun het mezelf vanharte
Maar ik ben bang van de eenzaamheid
Op een dag word ik niet meer wakker
En niemand die het zal merken
Wie zal het merken? Ik krijg alleen maar telefoontjes van verkopers, mensen met slechte bedoelingen en met meer geduld dan ikzelf. En mijn telefoontjes? Ik heb het niet zo begrepen op de afstand tussen twee mensen die door middel van een dunne draad bejegenen.
Hoe is het weer daar?
Ben je weer daar?
Ben je weerbaar?
Ik zou terug een gelukkig kind willen zijn en terugwuiven naar alle mensen die naar mij wuiven. Zoals ik altijd doe als ik een kind in de buurt zie, samen met mama op het terras van het café – mama zit op haar GSM – zat ze er maar echt op – letterlijk. En dan kijkt het kind mijn richting uit en dan wuif ik – en het kind wuift terug.
We lachen naar elkaar – een korte glimlach en een knipoog.
Ze zei dat ik sterk was – en ik vond dat sterk – want ze zei het met zoveel respect dat ik het bijna geloofde – bijna – maar niet helemaal.
Ik vind sterk zijn gemakkelijk – te eenvoudig.
Het is veel moeilijker om gevoelig te zijn, en je ware emoties te tonen.
Ik zou tranen met tuiten huilen. Ik kom er niet toe in gezelschap – ik ben bang voor wat de mensen van mij denken als ik ween. Daarom ween ik niet.
Ik snap niet waarom ik sterk moet zijn -maar je wilde dat compliment toch geven – en dat jij dat zei – dat deed me wat – omdat ik een stukje van je verhaal ken – en ik weet dat jij ook sterk moet zijn.
En dus zijn we allebei sterk – en het mooie is -ik ben niet meer of minder sterk – we zijn even sterk – helemaal niet – maar het lijkt zo voor mensen op het eerste gezicht. Een moment van zwakte wuiven we weg. We kunnen het ons niet permitteren om te verzaken aan dat sterk zijn – want als wij niet sterk zijn dan zal de hele wereld in elkaar storten.
Ze zei dat ik sterk was – en het is sterk dat ik daardoor sterker werd – terwijl ik daar geen behoefte aan had. Ik wil wel eens zwak zijn en getroost worden. Zoals een kind, huilen omdat ik ben gevallen terwijl ik met de fiets leerde rijden – en toch heb ik het klaargespeeld – om zonder wieltjes of stok te leren fietsen. Dus mijn besluit is ‘van huilen word je sterk’.
Niet vergeten – wenen en verdriet maken een mens sterk.
