Daar Is Nikki

Mijn oppas is er.

Nikki komt op me babysitten; zoals ze vroeger wel eens deed toen ik nog maar 8 o 9 jaar was; zij moet toen een jaar of veertien geweest zijn. Ik herinner me ook nog de verhalen die ze vertelde, over een Seppeke. De details moet je aan Nikki vragen; die herinner ik me niet in detail.

Ik heb vroeger heel wat tijd in de Kempische Dreef in Schoten doorgebracht in het ouderlijke huis, op zondagnamiddag. Ze woonde daar met haar ouders, zus, en twee broers, in een soort van villa. De papa van Nikki was mijn peter, nonkel Ludo en ik keek heel hard op naar hem. Hij kwam ons thuis ophalen en dan reden we naar Schoten, in één van zijn grote Opel Kapitans of een andere impossante grote limousine waar je een tweezitsbank had naast de chauffeursstoel, en een heel ruime achterbank.

 

Hij was altijd gul, niet alleen beloonde hij me  met een enveloppe met daarin een flinke cent; en spoorde mij altijd aan om extra mijn best te doen op school; hij was heel geïnteresseerd in mijn resultaten. Hij was ook een familieman, die mijn broers en mama uitnodigde op zijn buitenverblijf in de Ardennen.

Maar soit, ik zou uren kunnen schrijven over deze genereuze man, gene reus maar een super reuze man. Maar dat ga ik later nog wel eens doen, als ik weer thuis ben. Nee, ik ben nu nog niet weg, maar de tijd begint te dringen en het aftellen begint nu precies sneller en sneller te gaan. Het is niet zaoals met andere plannen die ik heb gemaakt in het verleden; die leken een eind weg te blijven, ook al kwam het tijdstip tegen 60 seconden per minuut onherroepelijk dichterbij.

De Snelweg

De snelweg – daar lijk ik nu op te rijden – en ik rijd in een Ferrari. Maar zo snel als het gaat, krijg je last van tunnelvisie, je ziet niets meer van wat er links of rechts van je gebeurt. Alleen dat lichtje aan het eind van deze tunnel wordt een oogverblindend doel.

Het zal een drukke laatste week worden, al ga ik proberen nog wat van het leven te genieten – een keertje uit eten gaan, naar de Magnolia’s in vol ornaat gaan kijken, de kersenlaar in volle bloesemexplosie.  Als bovendien de weergoden me nu ook nog eens goed gezind zouden zijn – voor maandag en dinsdag ziet het er alvast goed uit.

Het is een vreemde gewaarwording om te moeten zoeken wat ik ga schrijven, gewoonlijk is mijn spreekwoordelijke pen in staat om inkt te laten vloeien als een Amazone rivier, niet in te dammen. Maar nu lijkt het meer op de Colorado rivier die teveel water wordt ontnomen en opdroogt zonder ooit in zee uit te monden.

Het komt allemaal wel goed, en iedereen probeert mij te verzekeren dat het in orde gaat komen. Er zjn vele lieve mensen die het goed met me voorhebben. En toch blijf ik mij voelen alsof ik kopje onder ga. Metafoor en beeldspraak leiden soms tot grappige contradicties – ik ga kopje onder in een ogedroogde rivier .

Op Hoop Van Zege

Ik begin langzaamaan mijn spullen bij elkaar te zoeken, waarvan ik een beetje misbruik maak om me nog snel wat nieuwe kleding  aan te schaffen. Ik ga naar de goedkoopste winkel om me daar wat nieuw schoeisel aan te schaffen en ook nog wat Adidas kledij. Ik heb geen zin om als een oude bompa rond te dwalen in de gang van het ziekenhuis. Al is 62 niet bepaald piep jong.

Om te  bewijzen aan mezelf dat ik er nog best mag zijn duik ik ook nog even de Zeb binnen. Het is mijn favoriete kledingswinkel. Eén van de enige winkels met een mannenafdeling die respectabel is.

Ik koop enkele T-shirts, wat vestjes, twee broeken, een riem, etc. Ik laat me eens goed gaan met de hoop dat ik het in de late lente kan aandoen als ik mij weer volledig aan het leven kan deelnemen.

 

naar bed - naar bed

Gelukkig zijn er mensen zoals de immer goedgeluimde Dorien van de thuisverpleging die me een pak jonger schatten en dat geeft de burger moed. Dorien is een lachebek.  Ik weet niet hoe oud ze juist is, maar voor mijn leeftijd, dan mag ze me nog 10 jaar jonger schatten, ben ik vast en zeker ouder dan haar ouders, misschien wel 10 jaar.

Ach, vandaag had ik een overvloed aan vrouwelijk gezelschap. Babette van de kine, Heidi voor het huishouden, Dorien voor de persoonlijke verzorging, Nikki voor de mentale steun plus hartverwarmende knuffels, en dan was er ook Nadine een nichtje waar ik het ook goed mee kan vinden.

Nadine had gevraagd of we nog een keertje zouden gaan wandelen, en Nikki is ook een fervente wandelaar , dus stelde ik voor om samen naar het Arboretum van Kalmthout te trekken om er de kersenlaren in bloei te gaan bewonderen en de prachtige Magnolia’s die ook staan te pronken nu de lente eindelijk in de lucht hangt.  Al moesten we uiteindelijk met een paar schaarse zonnestraaltjes genoegen nemen, het was toch de moeite.

 

Ik had niet zo’n goede nachtrust gehad en de ochtenstond had eerder een pluk wol in de mond dan goud, ik voelde me niet in staat om de dag aan te vatten, maar gelukkig had Nikki een heerlijke fruitsla meegebracht en daar kikkerde ik helemaal van op. Tegen een uur of elf waren de donkere wolken in mijn hoofd opgeklaard; en al wilden de echte wolken buiten dat voorbeeld niet volgen, we gingen toch erop uit; en gelukkig maar dat de aanhouder wint, we hadden alle drie veel leut. Vooral toen we kinderrijmpjes en liedjes uit onze kindertijd (of een generatie later met de tijd die we aan onze kinderen wijdden) begonnen te reciteren. Ik denk dat ik begon met:

____

naar bed, naar bed, zei duimelot
eerst nog wat drinken, zei likkepot
waar ga je dat halen, vroeg lange jan
in moeder's kastje, zei ringeling
dat ga ik vertellen, zei het kleine ding
____ 

daar gaan we

En dan volgden de ene na de andere geheugenoefening van onze kindertijd elkaar op en ik ga alleen de tittels geven

  • Roodkapje waar ga jij heen
  • In een klein stationneke
  • Op een grote paddenstoel
  • Overal, overal, waar dat de maskes zijn
  • En we gaan nog niet naar huis
  • En zolang als de lepel in de rijstpap staat
  • Schaapje, schaapje, heb je witte wol
  • Huimeken Duimeken, scheven toren
  • Al die willen te Kaap’ren varen
  • Brand in Mokum
  • En die kat kwam weer
  • Mi sari mareis is so ver van mi hart
  • What shall we do with the drunken sailor
  • If your happy and you know it
  • Potteke vet
  • Tien bier fleskes
  • En den boom stond op den berg
  • Schipper mag ik over varen
  • Tien kleine negers (was niet bedoeld als racistisch maar we gingen al snel over op)
  • Klein klein kleuterke
  • Een twee drie vier vijf zes zeven, zo gaat het goed
  • Un kilometre a pieds, ça use, ça use
  • Er zat een sneeuwwit vogeltje
  • Roodborste tikt op het raam
  • Twee emmertjes water halen
  • Dag mijn Augustijntje, dag mijn Roosmarijntje
  • Van je ras ras ras
  • Witte zwanen, zwarte zwanen
  • Zakdoek leggen
  • Het regent, het regent, de paadjes worden nat
  • Slaap kindje slaap
  • Broeder Jacob
  • Wij zijn twee vrienden jij en ik
  • Sur le pont ‘d Avignon
  • Altijd is kortjakje ziek
  •  

Dat waren ze nog lang niet allemaal – ik pijnig mijn geheugen om de andere helft op te hoesten, maar ik zal hier de hulp moeten inroepen van beider nichtjes (of anders kan ik copilot nog eens aanporren).

  • twee handjes op de tafel
  • ik zag twee beren broodjes smeren
  • de velgen van de fiets van Piet Paaltjes
  • klappen in de handjes blij blij blij
  • ken jij jan de mosselman
  • en op de grote markt, daar staat een houten huizeken
  • moeder mag ik in de kas-pisse
  • wij gaan naar het land van Hawai
  • aan de oever van de schelde
  • in het bos daar staat een huisje
  • handjes draaien, koekkebakke vlaaien
  • toen onze mops een mopje ’t was aardig om te zien
  • antoinette wie heeft den bal
  • opzij, opzij, opzij, de poppenstoet komt hier voorbij
  • ‘k heb twee roosjes in mijn hand, aan wie zal ik die geven
  • spiegeltje, spiegeltje aan de wand
  • ik heb de zon zien zakken in de zee
  •  

En zo kwam er nog een heel plezant einde aan een dag die anders bol had gestaan van de spanning. In de cafetaria van het arboretum deden we ons tegoed aan een gebakje en we genoten na van een erg geslaagde namiddag. Zo kan ik er wel tegen, dan kom ik er wel door.

En morgen gaan we een andere uitstap doen, dan wordt het nog wat warmer en dat zal zeker een bijdrage leveren aan het lentegevoel van nieuw leven, het zal zo snel voorbijgaan, en dat de tijd zonder spijt opgesoupeerd wordt door het bewonderenswaardig positivisme van blijven hopen en niet op te geven.

Ontdek meer van #ThisIsMe

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder