Net op tijd – het lijkt wel alsof het een thema is van de huidige periode van mijn leven. Het ‘NU’ element is onmiskenbaar aanwezig. Niet straks, niet gisteren, niet morgen, nee, het is helemaal zonder uitzondering ‘Nu’.
Ik hoor vaak genoeg van mijn kinderen dat ik te veel vooruitdenk. Dat ik mji te veel opjaag. Mijn redenering is dat ik niet wil wachten op iemand die steeds op de limiet present geeft. Het is natuurlijk heel wat beter dan te laat op de afspraak opduiken. Maar er zijn van die zelfzekere types die erop rekenen dat je op ze blijft wachten en dat die paar minuten het verschil niet zullen maken, geen leven of dood situatie veroorzaken.
Maar ik ben graag op tijd, of beter nog, een paar minuten te vroeg. En buiten mjn kinderen zijn er nog wel enkele mensen die me er me met veel liefde en passie eraan herinneren dat ik er beter aan zou doen om me wat minder nerveus te maken. Maar dat is nu éénmaal “den aard van ’t beesje’ En als kind had ik het er erg moeilijk mee. Ik sprong spreekwoordelijk uit mijn vel als mijn ouders bijvoorbeekd gingen winkelen op zaterdagochtenden: en ze kwamen niet tegen de middag zoals ze gewoontegetrouw deden; dan raakte ik helemal over mijn toeren, een blinde paniek maakte zich van mij meester en dan maakte ik mezelf wijs dat ze in een “autoaccident” betrokken waren.
Ze waren ‘net op tijd’ om me ervan te weerhouden om geen domme dingen te ondernemen.
Maar het ‘Nu’ heeft zijn mooie momenten. Ik kan er genieten van een zonsondergang, en nog meer van een zonsopgang. Toen ik nog niet zo te lijden had van mijn Parkinsonstraagheid en ik eigenlijk weinig of geen beperkingen kende in verband met slapen, ontwaken en opstaan, was ik vaak voor dag en dauw al op pad om te genieten van de stille ochtend; het trage licht van de zon dat zich roerde, de stralen die kantelden door de takken van de bomen, die met lansen van licht als hemelsgrote karrewielen de schaduw aan flarden sneed.
Het mooie aan de ochtend is dat er bijna geen mens zich de moeite getroost om van deze magische momenten te genieten, Ze vinden de foto’s die ik maakte wel mooi; maar ze begrepen niet hoe en waar ik de energie vond om me ’s morgens in de kilte te vermaken met het kijken naar de dauwdruppels die aan het spinnenweb parelden alsof het een halsketting was, of de minuscule druppeltjes die aan de wangen en lippen van de klaproos kleefden.
Ik ben een ongeduldige genieter van het gouden uur, de periode van de dag waar de zon zorgt voor lage stralen, een vergulde laag licht die als honing kleeft aan elke object, een warme gloed die de wereld hult in een mantel van pastel.
Zo was ik er nog even op uitegtrokken – richting Kalmthout – om te zien hoe het de magnolia’s verging in deze vroege lente in het arboretum. Het was geen ochtendwandeling – en erg op het nippertje want de sluitingstijd is 17h00. Er restte me een goede drie kwartier – ruim onvoldoende om het domein rond te stappen; maar ik was er nu toch en dan maken we er maar het bese van.
Het licht was nog vrij goed en eindelijk, na vele dagen regen en grijze wolken, was de zon er nog eens in een helderblauwe hemel. Het is soms troosteloos om dag-in-dag-uit in je appartementje te zitten en te kijken naar een wedstrijdje om-ter-snelst-naar-beneden-competiitie van regendruppels die zich te pletter storten tegen het grote raam van het terras. En al kan ik genieten van de kroontjes die opspetten uit de druppels die in de ondiepe plassen op het terras vallen, geef mij dan toch maar de zon.
In het arboretum was het wel erg stil geworden en ik was de tijd uit het oog verloren, maar net op tijd verscheen er een man op een fiets die zei dat hij “blij was om u te vinden” – u dat ben ik. Hij begeleidde mij naar de uitgang en ik dacht bij mezelf, ik zal eens gaan kijken op de hei. Ik kende de weg nog vrij goed; er is een parking nabij de oostelijke grens van de Kalmthoutse Heide en daar liet ik mijn auto staan. Ik stapte uit en begaf me in westelijke richting waar ik een grote plas vond; waarschijnlijk het resultaat van de verwenste regen. Daar zag ik ook het zonnetje in de verte ondergaan terwijl het water de zon weerspiegelde, en ook de bomen en de wolken. Het was kwestie van wat geduld te hebben, en dat vormt vaak de beloning voor de fotograaf.
De foto’s hierboven spreken boekdelen. Ik voeg er nog enkele toe. Ik heb de kleuren wel wat saturatie gegeven. Om toe te geven dat je het niet aan het toeval over laat om je impressies te delen met je medemens.
De discussie over het exacte tijdstip voor het vertrek naar het UZA maakte me nerveus. Nikias, mijn begeleider en toeverlaat als het aankomt om met me naar de afspraak te voeren, had nog een conference call tot kwart na twaalf en mijn pre-operatief consultatiegesprek stond gepland voor half twee.
Nu kan er vanalles mislopen als je voor een verplaatsing moet passeren langs de Antwerpse Ring, zeker als de nacht ervoor emmers water uitgegooid werden over de Vlaamse wegen en die omtoverden in gladde aquaplanerijpe roetsjbanen waarop sommige chauffeurs zich verkeken en ervoor zorgden dat het verkeer helemaal opgesloten werd in een verkeersinfarct.
Gelukkig is de routeplanner met GPS erin geslaagd om een alternatieve piste te vinden of mijn bezorgdheid over het te laat op de afspraak komen zou niet meer onder de noemer ‘Net Op Tijd’ passen.
Hier volgt een extract van Messenger die de tegenstelling illustreert tussen Nikias en ondergetekende wat betreft het tijdig vertrek.
Ben je klaar voor morgen?
Ik moet niets doen he morgen
Zou hier willen vertrekken tegen twaalf uur ten laatste. Om half twee moet ik op de dienst zijn
Papa das toch echt te vroeg?
We moeten inchecken. Dat kan een kwartier duren. De trip is een 35 minuten maar we moeten ons ook nog verplaatsen
Ja ik heb een call tot kwart na 12 (in de auto), dus 12u15 vertrekken lukt (als je klaar staat), maar vroeger niet vrees ik, we zijn altijd al veeeel te vroeg geweest? moet je terug beneden inchecken deze keer
Dat is toch iets meer dan een uur. Nikki ook. Ze rijdt rechtstreeks van thuis naar het UZA en is daar om 1 uur. Ja. ik moet inchecken en het is een andere dienst
Ik ben niet mee met wat die eerste zin betekent?
Een uur tot we zijn ingecheckt vanaf het begin thuis
Dat kan zeker kloppen, en dat valt binnen de marge dat komt wel goed papa, ik weet dat ge er altijd stress voor hebt, maar we zijn elke keer al minstens een halfuur te vroeg geweest, dus we gaan niet te laat zijn hoor
Waar ga je parkeren. Best dat we met mijn auto rijden. Dan kan ik alles inladen. Moest je call nog niet klaar zijn dan kan je ook in mijn auto verder vergaderen. Ik heb ook een 220 volt stopcontact aan de achterbank.
Gewoon op de parking voor jouw appartement denk ik?
Ok. Moet je wel een plaats vinden in de tweede helft van de parking waar je geen parkeerkaart moet zetten.
Aldus waren we ‘net op tijd’ met het nodige synchronisatiegevoel dat ik aan Nikki – mijn grote steun en toeverlaat die ons in het UZA opwachtte – en zij bijna net op hetzelfde moment, een berichtje stuurde met dezelfde ingeving – en dat bestodnd eruit alvast een ticketje uit de zelfbedieningskiosk te halen zo konden we toch een paar minuutjes verloren tijd recupereren.
Het ging uiteindelijk nog virj vlot en ik werd al snel bediend, maar er zit natuurlijk steeds iemand anders aan de incheckbalie, en dan moet je steeds opnoieuw herhalen hoe en waarim het komt dat ik geen mutualiteit op mijn eID heb staan. Ze kijken dan met een agroot vraagteken op hun voorhoofd en begripen geen snars van de uitleg die ik hen graag verschaf. En wanneer ik mijn dikke kaft met papperassen tevoorschijn haal dan beginnen ze al snel afwerende gebaren te maken – dat het niet nodig is – ze vragen me gewoon een voorschot van 50 EURO.
Het is en blijft een geval van verloren moeite: en verloren tijd, wat gewoon ergerlik is.
De verpleegster die bloed komt tappen uit mijn arm is vriendelijk en handig – het is niet meer dan een licht prikje – en het bloed stroomt gewillig in 4 kleine houdertjes. Ze neemt een stukje verband en vraagt of ik lang blijf nabloeden – ik zeg nee want ik ben niet bepaald een ervaringsdeskundige op dit vlak – ik doe het ongeveer 10 keer op een mensenleven. En ik heb geen herinneringen die het tegendeel aantonen. Dan kleeft ze er een minuscuul klein klevertje op en ik ben trots op het uitblijven van het nabloeden.
Maar wanneer we nog enkele notities overlopen (een preoperetieve vragellijst die ik minitieus heb voorbereid en opgesmukt met PDF writer, een app die straks niet meer gratis zal zijn – eol is al vastgelegd) en vragen stellen over bezoek en de nakende operatie merkt Nikias op dat er iets rood naar beneden stroomt langs mijn elleboog. Bloed. Er vallen ook nog wat druppels op de grond – tegen dat de verpleegster het nodige opkuiswerk heeft verricht is het bloeden al gestelpt – net op tijd.
De verpleegster is onder de indruk van al het voorbereidende werk dat ik heb gedaan, ‘dit heb ik nog nooit gezien’ – waarop Nikias bevestigend reageert dat als zijn papa iets doet, hij het grondig doet.
Mijn bloed kruipt waar het niet gaan kan – het mag dan al geen blauw bloed zijn zoals Nikias verkondigd – het heeft geldingsdrang – en Nikias heeft niet alleen dezelfde attitude; hij heeft ook dezelfde zin voor Steursenhumor. Dan wordt er wel eens een spreekwoordelijke klap uitgedeeld – onder het mom van ‘”al lachende vertelt de zot de waarheid”
Het daaropvolgende gesprek met de anesthesist was een vrij geschiedenisloze bedoening – ik moest geen anderhalf uur blijven wachten op de resultaten van mijn bloedonderzoek – als er iets mis was zouden ze me wel contacteren (en dat is niet gebeurd).
Op een uurtje tijd is het hele bezoek achter de rug. Waarom ik me zo druk heb gemaakt? “Den aard van ’t beesje.” Maar die conclusie hadden we al gemaakt.
Het licht staat op groen voor de laatste rechte lijn.
Tobias, de tweede pion van de tweeling was niet van de partij, ik had hem ook niet verwacht, maar toen Nikias me vertelde dat ik niet de enige was die een bezoek aan het ziekenuis bracht. Tobias, zo vernam ik, had net een nachtje ziekenhuis erop zitten. Ik was verbaasd maar niet verontrust; en Nikias zei dat ze samen hadden besloten om me pas op de hoogte te brengen als allles achter de rug was. Ze wilden me niet nodeloos opwinden en me in de auto zien springen om een blitsbezoek te brengen en daarbij te veel gevaar voor mezelf zou betekenen. Dat apprecieerde ik echt, ze denken goed na. Tobias was een stukje lichter want ze hadden het nutteloze maar pijnlijk ontstoken appendixje verwijderd. Net op tijd, want het stond op springen (dat laatste weet ik niet zeker).
Hij mag drie weken niet aan sport doen en moet twee weken rusten. De narcose en de operatie hebben huN tol geëist – hij ziet er niet slecht uit wanneer we elkaar virtueel ontmoeten via messenger. Dat stukje technologie heb ik al leren waarderen. Het maakt het mogelijk om visueel contact te hebben en het is een meerwaarde t.o.v. het beeldloze gesprek.
Zo – dat stukje levensverhaal ligt ook weer mooi vast voor het nageslacht.
Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.